
Foto: Margot Brouwer, AI
Vrijzinnige Miniatuur 371
Geschreven door Margot Brouwer
Voorgelezen door Gert van Drimmelen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Waag ’t er op
6 januari 2026
Titel: De bevalling van Maria
De bevalling van Maria
Er bestaat bijna geen gebeurtenis die door zoveel mysterie wordt omhuld als ‘de bevalling’. Nu ik zelf acht maanden zwanger ben, ondervind ik dit mysterie aan den lijve. Hoe zal het voelen? Antwoorden variëren van ‘magisch’ tot ‘traumatisch’. Hoe zal mijn leven er daarna uitzien? Antwoorden variëren van ‘roze wolk’ tot ‘postnatale depressie’. Wanneer vindt het plaats? Op 23 januari, zegt mijn verloskundige, plus of min twee weken. Of misschien nog eerder. Het voelt haast Bijbels: ‘Niemand weet de dag noch het uur’.
Maar zelfs de Bijbel, een boek waarvan je verwacht dat het met mysteriën wel raad weet, zwijgt in alle talen over de bevalling. Zeker met Kerst voelde dat vreemd. Want wat is Kerst? Het feest van de geboorte van Jezus, oftewel: de bevalling van Maria. Dit is de gebeurtenis waar het hele Kerstverhaal omheen cirkelt. Uitgebreid horen we over de aankondiging van Maria’s zwangerschap door Gabriël, over de reis van Nazareth naar Bethlehem, over de stal, de os en de ezel. Na de grootse gebeurtenis lezen we hoe Jezus in een voederbak wordt gelegd, hoe engelen verschijnen aan de herders, en met welke gaven de drie wijzen precies bij de kribbe verschijnen. Maar Maria’s bevalling zelf? Die krijgt slechts één zin, misschien zelfs één woord:
‘Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene.’ [Lucas 2:6]
Even voor het idee: een gemiddelde bevalling – zeker de eerste – duurt zo’n 12 tot 24 uur. Véél langer dus dan, zeg, de verschijning van de engelen aan de herders; en mogelijk net zo heftig! Maar deze gebeurtenis, waar alles om draait, wordt in het verhaal niet beschreven. Geen woord over aanzwellende weeën, over centimeters ontsluiting of over de persfase. Maria’s bevalling is geen onderdeel van het verhaal, maar een breuklijn die het verhaal in tweeën splitst: in een ‘voor’ en een ‘na’.
Ook de Zweedse filosoof en moeder Jonna Bornemark ervoer deze breuklijn in haar leven. In het baanbrekende boek ‘Ik ben zee en hemel: de filosofie van de zwangerschap’ schrijft ze:
‘Dan naar de breuk. Dat wat alles verandert. Wat de tijd doet stilstaan en een nieuwe tijdrekening start. Het kan kanker zijn, een ongeluk, of een land in oorlog moeten ontvluchten. Iets waartegen we ons proberen te beschermen. Op dezelfde manier kan de bevalling een dergelijke breuk inhouden, een breuk die ik nooit kan begrijpen voordat die zich aandient.’
Een geboorte, oftewel een bevalling, is het begin van de tijd zelf. Elk jaar op mijn verjaardag vier ik het aantal jaren sinds mijn moeders bevalling. En zelfs als samenleving leven wij in het jaar 2026 ‘na Christus’, oftewel: 2026 jaar na de bevalling van Maria.
Ook mijn eigen bevalling voelt als zo’n onbegrijpelijke breuklijn. Hoe dicht ik ook bij dat moment kom, het lukt me niet om daar voorbij te kijken. Ik kan me niet eens voorstellen hoe de eerste wee zal voelen, laat staan hoe het zal voelen om straks een baby in onze armen te hebben, of in ons leven. Ik bereid me er zo goed als ik kan op voor: lees boeken, kijk video’s, volg cursussen. Maar uiteindelijk kán ik me er niet op voorbereiden, ik kan het er alleen op wagen. Sterker nog, ik heb geen andere keus dan het erop te wagen: de baby komt, hoe dan ook. En ook de baby moet het erop wagen: niet op een ander leven, maar op het leven zelf. Niet op een breuk in de tijd, maar op het begin van de tijd zelf. Onze enige troost: miljarden mensen, waaronder Bornemark, gingen ons voor:
‘De weeën zijn begonnen. De zeurende pijn dringt zich op. Ben je er klaar voor? Zullen we dit nu doen? Jij en ik, zullen we ons naar de grens begeven en iets totaal nieuws openen? Wil je? Ben je er klaar voor?’
gepubliceerd op 6 januari 2026