
Foto: Marx en Engels op het Alexander Platz in Berlijn
Miniatuur 391
Geschreven door Dik Mook
Voorgelezen door Sanne van Deursen
Geluidsmontage Seth Mook
Thema: Raak!
26 mei 2026
Titel: Raak!
Raak!
Ik ben in Berlijn. En ben me bewuster dan ooit hoe belangrijk het voor me is, mensen om me heen te weten. Mijn vrienden dragen me hier in deze onmetelijke stad die ik wil doorgronden. Ik voel me door hen welkom en veilig. En ik weet dat er vanavond een bed voor me is, warmte en vriendschap.
Ik sta in m’n eentje op het grote Alexanderplatz tussen de bouwmachines, zandhopen en kuilen. Het beroemde plein in Berlijn ligt op de schop en Marx en Engels, de helden van ooit zullen voor de zoveelste keer moeten inschikken voor “vernieuwing“, voor het grote geld.
Ik beklim het uitzichtpunt waarop ik een overzicht heb over de werkzaamheden op het plein. Daar aangekomen zie ik naast de verklarende borden over de verbouwing van het plein een mens in een slaapzak. Ik lees wat over de plannen en kijk naar het werk beneden me. Plotseling beweegt de slaapzak, gaat de rits open en stapt een grote man uit de slaapzak die direct op mij af komt en in half Duits duidelijk maakt dat ik hier weg moet wezen. Hij duwt me en ik probeer met hem te praten. Hij duwt me richting de trap en geeft me een keiharde klap. “Raak“ denk ik en maak me uit de voeten voor hij me naar beneden zou kunnen duwen. Beneden aangekomen haal ik diep adem en hoor door het geraas van het verkeer heen nog wat voor mij onsamenhangend geschreeuw van boven komen.
Ik heb behoefte aan koffie. En die is er in het nabij gelegen Humbold Forum, een reconstructie van het megalomane Berliner Schloss, een honderden jaar oud podium van de macht. Het is na de val van de muur wederopgebouwd en in ere hersteld. Daarmee is het een plek van protest en discussie en ook ik twijfel er aan of dit bijna 700 miljoen euro kostende project wel gebouwd had moeten worden in deze tijd.
Ik weet in een hoek van de grote hal een Kaffee. Het is druk binnen en aan een tafeltje zit een man die ik vraag of ik bij hem mag zitten. Hij vindt het goed en zegt dat je je koffie zelf moet halen aan de bar. Als ik mijn koffie wil betalen zegt de vrouw achter de balie dat het gratis is en ik, als ik wil, iets in de bus mag gooien. Verbaasd teruglopend naar mijn tafeltje en om me heen kijkend dringt het tot mij door dat ik in de dagopvang voor daklozen ben terechtgekomen.
Ik praat wat met mijn tafelgenoot die zegt dat hij hier elke dag komt. Van als ze open gaan tot sluitingstijd. Op mijn vraag wat hij daarna doet zegt hij dat iedereen hier zo een plekje heeft om te overnachten en eten kan vinden. Ik prijs de plek hier en zeg verbaasd te zijn over sommigen die hier met hun laptop zitten te werken. Hij reageert meesmuilend dat ze maar doen alsof. Ik wens hem sterkte en ga naar een oude vriend hier in Berlijn die ik deze weken dagelijks bezoek.
Hij is getroffen door dementie. Hij herkent me gelukkig wel en we halen herinneringen op van vroeger wat hem goed afgaat. We hebben plezier maar af en toe is het moeilijk als hij niet meer weet waar hij precies is en dat ik de afgelopen weken er dagelijks was. Ik vertel over mijn ervaringen van vandaag. Hij wordt wat bozig en moppert op de huidige tijd en dat vroeger in de DDR zoiets niet voorkwam. Ik ruim nog wat op, zoek zijn telefoon en zie dat op zijn bed alleen een slaapzak ligt, geen lakens. Ik aarzel. Het is mijn laatste bezoek voordat ik weer naar huis ga. Ik deel nog een meegebracht biertje met hem, maak een foto van ons en neem afscheid en zeg dat ik nu een tijd niet kom.
Ik herinner me mijn gedachtes van vanmorgen op het Alexander Platz, “…mijn vrienden dragen me hier in deze onmetelijke stad… Ik voel me door hen welkom en veilig…“
We kijken elkaar aan met tranen in onze ogen, ieder onze ‘eigen’ tranen.
gepubliceerd op 26 mei 2026