Brieven aan een Duitse vriend #356

door Podcasts


Foto: RDNE Stock project / Pexels

 

Brieven aan een Duitse vriend, over Een Hogere Liefde

Het in 1944 door Albert Camus gepubliceerde boekje Een hogere liefde, Brieven aan een Duitse vriend is pas recent in het Nederlands vertaald; met een begeleidend essay van Bas Heijne.
De vier brieven zijn tussen juli 1943 en juli 1944 geschreven aan een fictieve Duitse vriend, de bezetter van zijn geliefde Frankrijk en haar hoofdstad Parijs; …dus aan zijn vijand.
De hogere liefde, de liefde voor zijn Franse vaderland, is voor Camus een essentiële zaak. Een zaak die het meer dan waard is om voor te vechten, indien de situatie daarom vraagt. Heijne schrijft in zijn essay “De agressieve vaderlandsliefde van de Duitse vriend, is uiteindelijk niets anders dan haat en frustratie – er moet een gapende leegte in hemzelf opgevuld worden.”

In de brieven verdedigt Camus te vuur en te zwaard zijn persoonlijke liefde voor zijn land, maar ook die voor de Europese beschaving. Een beschaving die groot geworden is omdat zij voortdurend ruimte heeft gemaakt voor stevige debatten en kritische beschouwingen. En een samenleving waarvan één van de kernwaarden is: het streven naar rechtvaardigheid.
Camus die in zijn essay De mythe van Sisyphus (gepubliceerd in 1942) genadeloos de absurditeit van het bestaan en haar consequenties weet te benoemen, meent dat de mens uiteindelijk maar twee mogelijkheden heeft: zelfdoding of in opstand komen. Maar zelfdoding is in zijn ogen slechts een poging om te proberen aan het absurde te ontsnappen. Dat is vluchtgedrag en Camus wil juist dat niet we vluchten, maar tegen het absurde in opstand komen en het leren te omarmen. Dus moeten we moed tonen in plaats van weg te lopen.

Voor Camus komt het dus aan op verzet, in vrijheid en met passie. “Het absurde vereist dat de mens niet met het absurde moet instemmen.” De mens moet in opstand komen tegen zijn hopeloze omstandigheden en de absurditeit van het bestaan waardig omarmen.
Aan zijn Duitse vriend schrijft hij dan ook in brief twee: ”(…) wij wilden in ons land de rechtvaardigheid liefhebben, zoals we de waarheid en de hoop wilde liefhebben. Daarin verschillen wij van jullie; wij waren veeleisend. Jullie namen er genoegen mee de macht van jullie natie te dienen, terwijl wij ervan droomden de onze haar waarheid te geven. Voor jullie was het voldoende om de realpolitiek te dienen, terwijl wij ondanks onze grootste vergissingen vertwijfeld het idee van een politiek van de eer bewaarden.”

gepubliceerd op 16 september 2025